Hoe leert de iPad generatie?

Hoe Entrustable Professional Activities (EPA’s) en Programmatisch toetsen en feedback ons toekomstig onderwijs gaan veranderen

Hoe leren we in de (nabije) toekomst?

Ons onderwijs wordt steeds individueler, op afstand, op maat, volledig digitaal en we gaan steeds meer specifiek opleiden voor een bepaald vakgebied of beroep. Tegelijkertijd zie je ook dat coaching en vooral het geven en ontvangen van feedback, steeds belangrijker worden in het leerproces. De relatie tussen docent en student zal meer en meer maatwerk zijn. Het boek ‘disruptive class’ (Christensen, 2008) heeft al een aantal jaar geleden beschreven wat de mogelijke gevolgen zijn van innovatie op ons leren en op ons onderwijs. En een aantal van de voorspellingen die hij doet, zijn nu al realiteit geworden in de dagelijkse praktijk.

De afgelopen jaren zien we wel heel concreet een aantal veranderingen die doen vermoeden dat hierboven genoemde processen inderdaad van groot belang zullen gaan worden. In 2008 is de Technische Universiteit Delft (Nederland) begonnen met het ontwikkelen van een digitale Peer-evaluatie module. De docenten bij de TU Delft zien hun studenten steeds minder in de klas. De belangrijkste reden daarvoor is dat ze veel projecten uitvoeren bij bedrijven en samen in projecten werken. De docenten hadden eigenlijk steeds minder zicht op hoe hun studenten presteerden en wat ze leerden. Om toch een goed beeld te krijgen van de ontwikkeling van een groep studenten, is de peer-evaluatie ontwikkeld. Een digitale vragenlijst met rubrics waarin studenten elkaar feedback geven. Geschreven of gesproken feedback (narratief) of scores op de vragen in de rubrics.

Ook in het medisch onderwijs wordt ook sinds jaar en dag gewerkt met vele vormen van feedback geven. Dat past ook goed bij deze beroepsgroep. De kwaliteit van de afgestudeerden moet namelijk hoog zijn en de opleiding is in zeer praktisch. Een fout kan al gauw grote gevolgen hebben. De opleiding is heel individueel gericht en een klein deel ervan kan op een traditionele ‘course-oriented’ manier worden getoetst.

Het is dan ook geen toeval dat twee belangrijke onderwijsvernieuwingen uit de medische onderwijs hoek komen. Ruwweg 15 jaar geleden is de basis gelegd voor de Entrustable Professional Activity (door Prof. ten Cate) en ook rond die tijd voor programmatisch toetsen (door Prof. van der Vleuten). Deze twee ontwikkelingen zullen de komende 20 jaar een grote rol spelen in ons (beroeps) onderwijs op alle niveaus en in alle beroepen is de verwachting.

Deze twee ontwikkelingen staan in bovenstaand model de bovenste twee driehoeken. Het model is ontstaan vanuit de ervaring die we hebben opgedaan met de ca. 30 opleidingen waar we de afgelopen jaren met programmatisch toetsen en EPA’s aan de slag zijn geweest is bedoeld om een ordening weer te geven van de belangrijke bouwstenen voor ons toekomstig onderwijs.

Image module

Feedback | Flexibel | Persoonlijk | Opbrengstgericht

Door drs. Roel Smabers En drs. Robert Smeenk
Image module

Een platform voor individueel werkplek leren en programmatisch toetsen

Maar wat betekent dat voor de onderliggende digitale systemen die we gebruiken. Kunnen die dat aan? Daarover gaat het onderste driehoekje. We kennen al heel wat jaren een aantal kernsystemen om het onderwijs te digitaal te ondersteunen. Aan de ene kant zijn er de LMS-en waarmee leermateriaal kan worden aangeboden aan (groepen) studenten. Dergelijke systemen zijn in de basis erop gericht om het onderwijs logistiek te organiseren. Ze zijn groepsgericht of ‘course-oriënted.

Daarnaast zien we toets programma’s waarmee een onderwijsinstelling (het liefst grote groepen) theorie kunnen toetsen. Sis-systemen (Student Informatie Systemen) zijn bedoeld voor het opslaan van de basis studieresultaten, eindcijfers en studiepunten (ECTS).

Tot slot kennen we ook nog de traditionele portfolio’s. Een, al dan niet elektronisch, portfolio waarin opdrachten kunnen worden ingeleverd en van feedback worden voorzien. Ook deze zijn erop gericht om het de docent gemakkelijk te maken. Hierin kan de student op basis van de ingeleverde werkstukken de individuele ontwikkeling laten zien. We noemen dit ook wel het traditionele ‘show-case’ portfolio. De feedbackgever moet er letterlijk doorheen bladeren om zich een oordeel te vormen.

Met de bovengenoemde systemen worden vaak de eindoordelen bewaard, het materiaal en soms wat cognitieve leerresultaten, maar de feedback op alle tussenliggende leeractiviteiten verdwijnen in het niets. Het grootste deel van de waardevolle feedback is niet vastgelegd en niet terug te vinden.

De vraag is nu: hoe zorgen we voor het bewaren van al die waardevolle feedback? Als je het individuele leren wil ondersteunen is een flexibel toets en feedback instrumentarium nodig. Een set aan instrumenten waarmee op uiteenlopende processen feedback kan worden gegeven op het moment en in de hoeveelheid waarin de student dit nodig heeft.

Concrete veranderingen de komende 15 jaar

Leermaterialen worden volledig digitaal. Klassen en onderwijsruimten krijgen allerlei hulpmiddelen in de vorm van tablets en smartboards. Die ontwikkeling kan iedereen wel voorspellen. Ook het gebruik van videomateriaal, digitaal toetsen en zo hier en daar al 3D of virtuele ‘serious games’ zien we allemaal wel aankomen. Maar het leren zelf? Verandert dat ook? We verwachten van wel. Met name permanente feedback leidt tot betere leerprestaties. Een dashboard voor de student en de docent waarop te zien is hoe je ervoor staat. Kwantitatief en kwalitatief. Of in relatie tot anderen. Een soort ‘runkeeper’ app die jou de informatie toont waar je keuzes op kunt baseren. Dus geen cijferlijst, maar een helder beeld van jou.

Wat is het ontbrekend stukje in de puzzel van het onderwijslandschap

Wat tot enkele jaren terug bijna niet werd vastgelegd, waren de formatieve toetsresultaten. Alle activiteiten die tijdens het onderwijsproces in de klas of tijdens stages worden verricht werden nauwelijks vastgelegd. Ook de feedback die iemand kreeg op een opdracht werd soms nog op de opdracht bijgeschreven, maar vaak mondeling verstrekt. Deze waardevolle data ging dus vaak verloren.

Een van de redenen dat deze waardevolle leer-feedback niet werd vastgelegd, was omdat we dachten dat een paar cijfers voldoende beeld geven van wat iemand kan. Een tweede reden was dat het ook technisch te complex werd. Om alle opdrachten en handelingen in een systeem te zetten en vervolgens tijdens het leerproces te toetsen of vast te leggen was onbegonnen werk. Al die registraties, verstoort het lesgeven en het onderwijsproces.

Programmatisch toetsen en feedback geven wordt de nieuwe standaard

Voor succesvol flexibel en individueel onderwijs zijn goede ondersteunende instrumenten van groot belang, of zelfs voorwaardelijk. Vanwege de combinatie van inhoud, omvang, flexibiliteit en actualiteit in het nieuwe onderwijs, is een systeem nodig dat eenvoudig door een opleiding zelf kan worden ingericht en aangepast. Het wordt dus mogelijk om alle feedback opdrachten, al dan niet vooraf gestructureerd, op te nemen in het platform. Door de eenvoudige en toegankelijke Apps kunnen deze tijdens het werk, zonder het werkproces te onderbreken, worden ingevuld. Je neemt als het ware het leerproces op. Tot slot kan al deze data op dashboards worden weergegeven voor de lerende maar ook voor docenten, begeleiders of opleiding.

Twee voorbeelden van opleidingen die op dergelijke wijze werken.

Geneeskunde Radboud UMC: https://youtu.be/lSKeWud4qqc

 

Hogeschool Rotterdam Finance & Control

https://youtu.be/4r0fLYcSsrE

Écht betere studenten en Professionals

De nadelen van het vastleggen van alle leeractiviteiten, namelijk dat er heel veel gemeten moet worden, en daarmee verstorend werkt op het leerproces, verdwijnen door de slimme en intelligente tools. Goede Apps helpen daarbij om het proces zo min mogelijk te verstoren.

De voordelen worden meer en meer zichtbaar. Bewijsmateriaal, directe feedback en real-time zicht op de voortgang maken dat een student of een professional veel beter dan voorheen weet hoe je er voor staat. Dat geldt zowel voor de kwantitatieve voortgang als de kwalitatieve. Het aantal activiteiten dat is afgerond, maar ook de scores en feedback wordt vastgelegd. Daarbij maakt het niet uit of het tekst is of cijfers of beoordelingen.

Data en security

Nu nagenoeg alle medische universiteiten in Nederland programmatisch feedback en EPA’s toepassen, wordt meer en meer duidelijk wat de voordelen zijn. Grote hoeveelheden onderwijsdata die vroeger door middel van onderzoek moest worden verzameld, is nu gewoon voor handen. Het is mogelijk om heel veel en eenvoudig onderzoek te doen. De universiteiten zijn nu dus ook bezig onderzoeksprogramma’s op te zetten op deze data. Inmiddels zijn ook vele niet medische opleidingen begonnen. Van universitaire rechten opleidingen tot Pabo’s. Maar ook door organisaties zoals politie en ziekenhuizen.

De vraag of dit allemaal wel geregistreerd mag worden en of dat veilig gebeurt, is terecht. Vandaar dat de beveiliging van data dan ook de hoogste prioriteit heeft. De gegevens worden niet alleen goed beschermd, maar er zijn ook zeer heldere afspraken over hoe wordt omgegaan met de gegevens.

Voor meer informatie:

www.scorion.nl